'Ik wil anderen behoeden voor de valkuilen waar ik zelf in gestapt ben'

Burgemeester Frank van der Meijden

Frank van der Meijden, burgemeester in Laarbeek, heeft een missie. Hij wil en zal de georganiseerde drugscriminaliteit in zijn gemeente een halt toeroepen. De bijbehorende bedreigingen dacht hij nuchter te ondergaan, maar inmiddels weet hij dat de werkelijkheid anders is. 'De pijn zit niet eens in de bedreiging zelf, maar meer in de emoties van mijn achterban.'

 

Twaalf dreigbrieven met uitspraken als ‘We schieten een kogel door je kop, ga terug naar de Belgische grens’. Een appje waarin gemeld werd dat ‘we eraan komen’ en dat ‘het water voor je huis ons niet zal tegenhouden’. En dan de Syrische jongeman die tegenover hem stond op het gemeentehuis en zei: ‘Ik maak je dood’. Zomaar een greep uit de bedreigingen waarmee burgemeester Frank van der Meijden afgelopen jaren in zijn gemeente Laarbeek mee te maken kreeg.

‘Ik wist waar ik aan begon, toen ik hier in 2016 burgemeester werd’, vertelt Van der Meijden. ‘Ik moest hier iets aanpakken en veranderen.’ Met dat ‘iets’ doelt hij op de verregaande ondermijning die voor zijn komst zelfs het gemeentehuis was binnengedrongen. Er was een weggestuurde burgemeester, veiligheid en integriteit binnen het gemeentehuis waren ver te zoeken, en er lag een zwaar rapport van een onafhankelijke onderzoekscommissie waarin de bestuurscultuur negatief beoordeeld werd.

Hét probleem in Laarbeek, een gemeente in Zuidoost-Brabant, was en is de georganiseerde drugscriminaliteit. Op een inwonertal van ongeveer 23 duizend liggen er momenteel de nodige druggerelateerde dossiers die Van der Meijden met zijn veiligheidsteam monitort. Regelmatig is hij genoodzaakt een drugspand te sluiten.

Recht in de ogen kijken

Gedreven ging Van der Meijden in 2016 van start.  ‘Ik wist waar ik voor stond en wat mijn opdracht was: openheid en direct actie daar waar de veiligheid voor de gemeenschap in het geding was. Voor mijn komst kreeg handhaving niet de nodige prioriteit. Dat moest veranderen.’ Hij was nog geen half jaar in functie of hij kreeg het signaal van politie en Openbaar Ministerie dat er bedreigingen kwamen uit de ‘criminele hoek’. De boodschap: ‘Er zijn hier al veel burgemeesters geweest, de volgende is Van der Meijden en zijn kop gaat ook rollen’. In de jaren daarna volgden er meer, met als dieptepunt de doodsbedreiging op het gemeentehuis.

Hij weet het nog in detail. Het moment, vlak voor kerst 2017, dat hij in de vergaderzaal in gesprek ging met de Syrische jongeman aan wie hij een gebiedsverbod uitreikte. De man had eerder stampij gemaakt op het gemeentehuis, baliemedewerkers bedreigd en ondertussen van alles geëist. Dit was het moment voor de burgemeester om met hem in gesprek te gaan. Hij kreeg een verbod om het gemeentehuis te betreden, maar ook meteen de vraag hoe de burgemeester hem kon helpen. Toen de man de brief uitgereikt kreeg, scheurde hij deze kapot en dreigde hij Van der Meijden dood te zullen maken. Even later kon een aanwezige politieagent een fysieke aanval voorkomen.

‘Het zal mij niet gebeuren dat de veiligheid hier voor de gemeente en de gemeenschap in het geding is. Dat was, zoals altijd, mijn primaire reactie. Ondertussen sta ik dan niet stil bij de mogelijke impact van zo’n bedreiging op mijzelf, ik ben vooral gemotiveerd om actie te ondernemen. Maar ook wil ik mensen die onze samenleving bedreigen recht in de ogen kijken en vragen of ze beseffen wat ze doen. Wat bezielt jou om mij of de gemeenschap te bedreigen? Van alle drugspanden die ik gesloten heb, wil ik weten wie erachter zit. Ik wil met ze praten, waarom doet iemand dit? Hoe kan ik hem helpen?’

Nuchter en relativerend

De wil en de gedrevenheid om zaken op te lossen, om daders te leren kennen en eventueel te helpen, zorgt ervoor dat Van der Meijden eigenlijk niet toekomt aan zichzelf. Zo ging het ook na die doodsbedreiging. Zijn huis werd beveiligd, zelf liep hij twee maanden rond met de zogenaamde ‘rode knop’, waarmee hij te allen tijde de politie kon inschakelen.

‘Ik was er vrij nuchter onder en ook mijn vrouw kon het redelijk relativeren. Met mijn communicatieadviseur had ik besloten het incident klein te houden. Mensen in het dorp wisten er iets van, maar niet veel. Mijn kinderen, familie en achterban waren niet op de hoogte. Raad en college had ik uiteraard wel geïnformeerd. Het is míjn werk, ik zit er al diep in en ik kom er wel overheen, hield ik mezelf voor.’

Emotie van de achterban

Totdat de boel ontplofte. De Syrische man moest voorkomen, een journalist pikte het op en binnen no time stond het nieuws op Teletekst, hingen radio- en tv-journalisten aan de lijn en kopten de kranten “Burgemeester van Laarbeek wordt ernstig bedreigd”. ‘We hadden niet voorzien dat het zo groot zou worden en dat we de regie zouden verliezen. Ik had alles onder controle, ook mijn eigen gevoelens, maar door de plotselinge landelijke aandacht kreeg het een grote persoonlijke impact op mij en de mensen om me heen. Ineens wist iedereen het.’

Het raakt hem zichtbaar. ‘Mijn achterban deed een nadrukkelijk appèl op me om te stoppen met het werk in Laarbeek. Dit is het je toch niet waard, kreeg ik steeds te horen. Ik heb een ontzettend slechte week gehad toen.’

De pijn zat niet eens in de bedreiging zelf, zegt hij nu, maar des te meer in de emoties van de achterban. Of hij spijt heeft van het stilhouden? ‘Met de wijsheid van nu, was het verstandig geweest om mijn familie in te lichten.’ Of hij ooit gedacht heeft aan stoppen? Hij schudt zijn hoofd. ‘Er lag een grote klus, dus ik heb heftige gesprekken gehad met mijn gezin en familie om het vertrouwen te herwinnen. Ik heb ze gezegd dat ik vertrouwen had in mijn beveiliging, dat hebben zij gelukkig geaccepteerd en overgenomen.’

Bestuurlijke eenzaamheid

Het woordje ‘heftig’ valt meerdere keren. Niet alleen als het om de bedreigingen zelf gaat, maar ook over het ontbreken van kennis over wat hem te doen stond. ‘We moesten het gemeentehuis beveiligen, mijn huis, we waren nergens op geprepareerd. Er was geen protocol, er waren discussies over geld. Ik heb alles moeten uitzoeken en er veel van geleerd.’

Of hij zijn emoties deelde? ‘Ik heb zelf niet actief gezocht naar steun voor mijn emoties, wel voor de stappen die ik wilde zetten. Ik heb het voornamelijk gedeeld met mijn vrouw die er gelukkig sterk in stond. Thuis kon ik mijn ei kwijt, mijn gezin was weer oké, mijn familie rustig, dus ik moest weer verder, er was nog veel te doen. En uiteindelijk’, zegt hij, ‘ga je er als burgemeester toch alleen mee naar huis.’

Het is de bestuurlijke eenzaamheid waar een burgemeester mee te maken krijgt, benadrukt Van der Meijden. ‘Als burgemeester zit ik in een bijzondere rol. Ik ben voorzitter van de Raad en van het College, burgervader voor de gemeenschap. Ik heb een ambtelijk apparaat ter ondersteuning. Het is mijn taak om ondermijning aan te pakken waar niet iedereen blij mee is. In het collegeprogramma staat: “Wij accepteren geen ondermijning en ondersteunen hierin de burgemeester”. Het is dan belangrijk om je senang te voelen om te doen waar je voor bent gekomen, anders wordt die bestuurlijke eenzaamheid alleen maar groter, en dan kom je er op een gegeven moment niet meer uit.’ Hoe hij met die eenzaamheid omgaat? ‘Ik sport elke dag, heb fijne mensen om me heen, buiten en binnen de politiek, geweldige vrienden en een vrouw met wie ik dit samen oppak.’

Support geven

De doodsbedreiging in 2017 heeft ervoor gezorgd dat er vier jaar later een aantal stappen zijn gezet, als het gaat om agressie en intimidatie. Het is een leermoment geweest, zegt Van der Meijden, of beter, een ontdekkingsreis. Er zijn nu weerbaarheidstrainingen, handreikingen, er staan vaker integriteitssessies op de agenda, er is een veiligheidsteam en er is vooral veel meer bewustzijn rondom het onderwerp. ‘Agressie en intimidatie tegen bestuurders staat nu op de agenda. Daar hebben we een grote slag in gemaakt.’

Van der Meijden is ervan overtuigd dat raadsleden en wethouders nu de weg naar hem weten te vinden als zíj met agressie en intimidatie te maken hebben. ‘Ik sta zelf in de frontlinie, dus ik denk dat alles op mijn bordje terechtkomt. Maar als er iemand bedreigd wordt, ben ik er. Je hoeft hier niet stoer te doen en door te gaan. We doen aangifte, proberen zaken de juiste aandacht te geven en geven support. Dat geldt trouwens ook voor inwoners. Mensen die bang zijn omdat er in hun buurt een pand gesloten wordt, kunnen dat kenbaar maken. Iedereen mag mij op ieder moment gebruiken voor steun.’

Zijn eigen ervaringen hebben daar zeker toe bijgedragen. Ook zijn rol in het Ondersteuningsteam is daarop terug te voeren. ‘Ik heb zoveel meegemaakt dat ik hoop dat ik anderen kan behoeden voor de valkuilen die ze tegen kunnen komen na een bedreiging. Zowel op praktisch als emotioneel gebied. Waar loopt iemand tegenaan? Hoe beleeft hij het? Wat zijn zijn vragen?’ Onlangs nog, adviseerde hij een collega die bedreigd werd om goed na te denken over de communicatiestrategie. ‘Neem je vrouw en kinderen hierin mee, zei ik tegen hem. En realiseer je dat je zoiets niet klein kunt houden, want de pers is overal.’

Het onderwerp bespreekbaar maken is essentieel, vindt Van der Meijden. ‘Sta open voor steun en reflectie, het kan je helpen en verlichten. De valkuilen die een ander heeft beleefd, kunnen jou behoeden voor iets soortgelijks.’

Meer informatie

Dit interview is de vijfde in een reeks vraaggesprekken met bestuurders en volksvertegenwoordigers over hoe zij omgingen met agressie en intimidatie maar ook hoe zij ondersteuning geven aan collega's die te maken krijgen met agressie, intimidatie en geweld.

Het interview is gemaakt door Marielle van Bussel in opdracht van het Ondersteuningsteam (Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en Wethoudersvereniging) Netwerk Weerbaar Bestuur.

Contact

Wanneer je te maken krijgt met agressie en intimidatie kunt je 24/7 contact opnemen met het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur. Het Ondersteuningsteam is bereikbaar op 070-373 8314. U komt dan in contact met een van onze vertrouwenspersonen. 

Uit de monitor Integriteit en Veiligheid blijkt dat 35% van de volksvertegenwoordigers in 2019 te maken had met (verbale) agressie en intimidatie. Kajsa Ollongren: ‘Elk incident is er één te veel en heeft een grote impact op de werking van onze democratie. Deze cijfers onderstrepen voor mij het belang van het investeren in de persoonlijke veiligheid van alle decentrale bestuurders en volksvertegenwoordigers.’ De nieuwe Leidraad Veilig bestuur geeft handvatten in verschillende fases.